OVER SPOOR 22
13242
page-template,page-template-full_width,page-template-full_width-php,page,page-id-13242,bridge-core-1.0.5,ajax_leftright,page_not_loaded,,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-18.1,qode-theme-bridge,disabled_footer_top,wpb-js-composer js-comp-ver-6.0.2,vc_responsive
 

OVER SPOOR 22

WENDBAAR EN WEERBAAR

De wereld van welzijn is volop in beweging: de relatie tussen welzijnsorganisaties en burgers verandert, het Rijk decentraliseert taken naar gemeenten en de beschikbare middelen nemen af. Ook in de MRDH is deze transitie volop aan de gang. Het bestaansrecht van de welzijnssector is niet langer vanzelfsprekend en welzijnsorganisaties zijn op zoek naar hun rol en positie ten opzichte van individuele burgers, andere professionele disciplines (zoals woningbouwverenigingen en zorginstellingen) en de gemeentelijke overheid. De omvang van de regio en de grootstedelijke context met probleemcumulatie maken het transformatieproces complex. Humanitas geeft aan dat grote steden, zoals Rotterdam en Den Haag, diversiteit en multiproblematiek kennen. Jonge professionals moeten, meer dan in de rest van het land, stevig in hun schoenen staan en specifieke vaardigheden hebben om duurzaam inzetbaar te kunnen zijn.

Uit de Regiovisie en de werksessies blijkt sterke behoefte aan professionalisering van het sociaal werk. Kernbegrippen hierin zijn samenwerken, netwerken, ondernemen, communiceren, creatief denken, zelfregulering en het aannemen van een lerende en onderzoekende houding. Deze competenties zijn niet nieuw, echter, de werkgevers hebben aangegeven dat in het nieuwe werken deze competenties anders ingezet en aangeleerd moeten worden. Er is zowel behoefte aan generalistische professionals die breed zijn opgeleid, en ook een specialistische kijk hebben op een bepaald gebied, als aan specialisten die ook het grote plaatje in het achterhoofd houden.

Deze ontwikkelingen leiden tot nieuwe beroepen, een veranderende arbeidsmobiliteit en daarom tot meer vraag naar permanente educatie en innovatie van opleidingen. In deze beroepen vormen het handhaven van de eigen regie van burgers en (technologische) innovaties in het proces van ondersteuning het speerpunt.

AMBITIE VAN SPOOR 22

Om in de toekomst te kunnen voorzien in de behoefte aan voldoende en goed gekwalificeerd personeel in de welzijnssector hebben de partners de ambitie om aantrekkelijke leerarrangementen en leeromgevingen voor studenten en werknemers te ontwikkelen.

De ambitie is dat deze arrangementen…

  • leiden tot meer succes door een betere aansluiting op de arbeidsmarkt van mbo-gekwalificeerde studenten;
  • leiden tot succesvolle doorstroom mbo-hbo. In 2020 is de uitval 5% lager t.o.v. 2018, in 2022 10% lager;
  • aanvullend zijn op het huidige standaardaanbod niveau 4 – 6;
  • op elkaar aansluiten;
  • gebruik maken van de expertise van welzijnswerkers, praktijkopleiders, werkbegeleiders en van docenten mbo en hbo;
  • passend zijn voor mbo-, hbo-studenten en waar mogelijk ook voor starters, herstarters, doorstarters en vrijwilligers;
  • duurzame en flexibele inzetbaarheid bevorderen en ondersteunen;
  • inzetten op interprofessioneel en multidisciplinair samenwerken;
  • vliegwiel zijn voor technologische innovaties die passen bij de vernieuwde digitaliserende werkomgeving;
  • verrijkt worden met succesvolle innovaties;
  • formeel en non-formeel leren combineren waardoor de praktijk en het onderwijs goed op elkaar aansluiten;
  • gebruik maken van het formeel en informele (zoals vrijwilligers en mantelzorg) welzijnsaanbod.

HALTE 2019

De activiteiten zijn ondergebracht in twee met elkaar samenhangende sporen. In beide sporen wordt expliciet aandacht besteed aan professionalisering, validering van interventies, interdisciplinair leren en werken en kennisdeling.

Het doel van dit spoor is de ontwikkeling van aantrekkelijke, innovatieve en toekomstgerichte beroepsopleidingen, die middels diverse wissels verbonden zijn. Zo reizen we gezamenlijk richting 2022!

Dit doen we door in het 1euitvoeringsjaar:

  • arbeidsmarktvraagstukken en innovatiesvanuit het werkveld welzijn nader te verkennen en onderzoeken, zoals;
    • de inzet van technologische innovatie t.b.v. langer thuis wonen/digitale hulpverlening en ondersteuning;
    • het ontwikkelen van samenwerkend vermogen en interprofessioneel werken in verschillende (nieuwe) settings en voor diverse (nieuwe) doelgroepen (verwarde personen, jeugd, mensen met een licht verstandelijke beperking, mensen met niet-aangeboren hersenletsel);
    • ondersteunen van en samenwerken met mantelzorgers, vrijwilligers, burgerinitiatieven en coöperaties voor zorg en welzijn.
  • de specifieke ontwikkelingen en de verbindingen in en tussen het mbo en het hbo inzichtelijk te maken;
  • onderzoeken te betrekken van branchegerichte partijen, zoals Sociaal werk Nederland;
  • pilots te starten met combinatie-opleidingen in het mbo dan wel certificeerbare delen van opleidingen;onderzoek te doen onder (oud-)studenten naar succesfactoren in de doorstroom mbo-hbo;
  • onderzoek te doen naar leer- en ontwikkeltrajecten waarbij studenten uit het mbo en hbo samen leren;
  • onderzoek te doen naar de inzetbaarheid van practoren en/of lectoren in het mbo;
  • kennis te delen via het jaarlijks symposium.

Op spoor 2 staat de innovatie op het leren in het mbo centraal. Het doel van dit spoor is om de student succesvol te laten zijn in de arbeidsmarkt en/of vervolgstudie, door het repertoire van mbo-docenten te vergroten. Dit doen we door de verschillende vormen van leren die de scholen voor mbo en hbo inzetten te identificeren, onderling te delen en met elkaar te verbinden.

Dit doen we door in het 1euitvoeringsjaar:

  • een panel in te stellen met mbo-4-alumni die een sociale studie in het hbo volgen om deficiënties in het theoretisch leren in het mbo te onderzoeken;
  •  
Met Life Online Learning (LOL) gaan we studenten op verschillende locaties online verbinden met docenten op school en/of deskundigen uit de praktijk. Gezamenlijk, ieder op z’n eigen device, volgen zij een les/gastcollege/masterclass waarbij ze gebruik maken van een online schoolbord, chatten en maken zij kennis en vaardigheden met en in de praktijk eigen.

pilots inzetten met innovatieve leeromgevingen/innovatiecentra gebruik makend van inside out / outside in en de verbinding tussen formeel en non-formeel leren. We doen onderzoek naar de effectiviteit;

  • innovatieve stage- en begeleidingsmodellen in te zetten;
  • pilots peer-to-peer-leren mbo-hbo in te zetten;
  • onderzoek te doen naar de inzet van technologische platforms en innovaties op het leren;
  • inzetbaarheid van practoren en/of lectoren over innoveren op leren;
  • kennis te delen en docenten, praktijkopleiders en werkbegeleiders te professionaliseren via het jaarlijks symposium.

TEAM SPOOR 22

 

Remco Vierling

Remco Vierling

Schooldirecteur School voor Pedagogische en Sociale beroepen
Hans Roskam Spoor 22

Hans Roskam

Projectleider Spoor 22
0-2

Feruze Sarıkaş

Projectleider Spoor 22

Kim Geelen

Projectleider Spoor 22